Plots in je sollicitatie een assessment. Oops. Wat doe je als een assessment deel uitmaakt van de sollicitatieprocedure? Veel mensen schrikt een assessment af, maar eigenlijk is dat niet nodig. Met een assessment probeert een werkgever te kijken of je écht de juiste kandidaat bent voor die baan. En dat mag je als een compliment opvatten, want als je deel mag nemen aan een assessment dan ziet de werkgever jou echt als een serieuze kandidaat. Een assessment is niet alleen in het voordeel van de werkgever, maar ook in jouw voordeel. Je wil immers ook weten of er écht een goede match is. Niets is zo frustrerend en vermoeiend als een tegenvallende baan.

Los daarvan kun je van een assessment veel leren over jezelf. Je leert bijvoorbeeld wat voor soort werkcultuur bij je past en welke competenties je hebt die je misschien nog niet kende. Het is dus altijd de moeite waard om een assessment te doen.

 

Sollicitatie assessment? Bereid je altijd goed voor!

Je krijgt maar één kans om aan het assessment van een sollicitatie deel te nemen, dus maak daar wat van! Gooi er niet met de pet naar. En onderschat het niet. Bereid een assessment altijd goed voor. Hoe?

Vraag altijd wat ze precies willen toetsen, uit welke tests het assessment bestaat en hoeveel tijd het in beslag neemt. Een assessment bestaat meestal uit een of meerdere tests waarin onder andere je kennis en vaardigheden worden getoetst. Een assessment kan kort zijn en online worden afgenomen, maar ook een hele dag of zelfs enkele dagen in beslag nemen. Soms mag je een assessment-test thuis van achter je computer doen, maar vaak moet je ervoor naar een bepaalde locatie komen. Spreekt voor zich dat je vooraf wil weten waar je hoe laat moet zijn en hoe laat je thuis moet vertrekken om op tijd te kunnen komen.

 

Welke tests krijg je voor je kiezen?

Een assessment kan uit verschillende soorten tests bestaan, afhankelijk van het bedrijf en de functie:

1. Interview

Alle assessments bevatten minimaal een vraaggesprek (het interview). Dit is een soort sollicitatiegesprek waarbij de werkgever meer informatie probeert te krijgen over je zwakke en sterke punten.

Tip: een interview kun je een beetje naar je hand zetten door goede vragen te stellen. Zo toon je interesse, wat altijd goed overkomt. Maar het moeten wel de juiste vragen zijn. Ook hierop kun je je voorbereiden door nog een keer je aantekeningen over het bedrijf en de vacaturetekst erbij te pakken en vooraf te bedenken waarover jij het wil hebben.

2. IQ-test

Met een of meer IQ tests toetst de werkgever je intelligentie. Het soort test(s) kan afhankelijk zijn van de functie. Zo kan de nadruk liggen op het toetsen van je vermogen tot logisch denken, ruimtelijk begrip, rekenen, etc

3. Competentietest

Met een competentietest toetst een werkgever of je die competenties in huis hebt die nodig zijn voor het goed uitoefenen van de functie. Hierbij krijg je vragen waarin stellingen zijn verwerkt. Je moet dan kiezen hoe goed een stelling bij jou past.

4. Persoonlijkheidstest

Via een persoonlijkheidstest wordt je persoonlijkheid ingeschat en zo o.a. een beeld gevormd over hoe je in de organisatie past.  Persoonlijkheidstests zijn vaak lange vragenlijsten waarbij je beperkt de tijd hebt om de vragen te beantwoorden. In een persoonlijkheidstest kun je niets goed of fout doen.

5. Rollenspel

Vaak hoort ook een rollenspel bij een assessment. Hierin krijg je een bepaalde situatie voorgeschoteld die je dan moet zien op te lossen. Doel van het rollenspel is bekijken hoe je omgaat met (vaak lastige) praktijksituaties. Het gaat dus altijd om situaties waar je in de functie tegenaan kunt lopen.

6. Casussen

Soms krijg je ook een of meer opdrachten die je moet uitvoeren. Bijvoorbeeld het uitwerken van een casus die je dan vervolgens moet presenteren. Ook hierbij wordt gekeken naar hoe je omgaat met praktijksituaties.

7. Vaardighedentest

Met vaardighedentests worden je vaardigheden ofwel activiteiten waar je goed in bent, getoetst. Denk bijvoorbeeld aan of je je goed kunt concentreren, of je nauwkeurig bent, snel reageert een goed geheugen hebt, etc.

8. Praktijksimulatie

De postbakoefening is een andere soort toets – een praktijksimulatie – waarbij wordt gekeken naar een combinatie van je competenties en praktijkvaardigheden. Kun je prioriteiten stellen en planmatig werken? Hoe flexibel en zelfstandig ben je? Bij deze test krijg je letterlijk een stapel werk (e-mails, brieven, post-its, etc), waarin je dan orde moet zien te scheppen en de stapel wegwerken binnen een beperkte tijd.

 

Breintraining

Goed voorbereiden betekent ook dat je met de informatie die je hebt aan de slag gaat. Oefenen, oefenen, oefenen is het devies! Op internet staan heel veel verschillende gratis tests die je kunt doen. Even googlen en je kunt meteen aan de slag.

Natuurlijk is het oefenen van assessmenttests geen garantie dat je bij de echte test goed uit de verf komt. Maar als je weet wat je te wachten staat, dan kan je dat heel erg helpen als je zenuwachtig bent. Bovendien baart oefening kunst. Als je veel oefent, herken je vragen sneller en kun je meestal ook sneller en beter antwoorden. Oefenen is eigenlijk een soort breintraining. Doe veel IQ tests en je score zal na verloop van tijd hoger uitvallen.

Datzelfde geldt ook voor de andere tests. Ook voor het interview. Als je dat oefent, kun je sneller en beter antwoorden, óók als je vooraf niet weet welke vragen ze precies stellen. Door te oefenen leer je beter te luisteren en sneller te schakelen. Bovendien krijg je meer zelfvertrouwen als je weet dat je goed overkomt.

Tip: verdiep je nog even heel goed in de functie en zorg dat je je eigen cv goed kent. Het staat zo suf als je tijdens het interview niet meer precies weet waar het over gaat of niet weet wat je moet zeggen als men iets vraagt over je werkverleden.

 

Persoonlijke SWOT-analyse

Voor zowel interview als competentietest is het goed als je een goed beeld hebt van je sterke en zwakke punten. Een goede voorbereiding daarvoor is het maken van een persoonlijke SWOT-analyse. Hoe?

Neem de functie waarop je solliciteert in gedachten.

  • Pak een stuk papier dat je in vier vakjes verdeelt. In de bovenste twee zet je sterkten (linker vakje) en zwakten (rechter vakje). In de vakjes daaronder zet je kansen (links) en bedreigingen (rechts).
  • Waarin ben je sterk? Welke unieke kwaliteiten heb je? Wat zijn je zwakke kanten? Welke dingen zou je kunnen verbeteren en wat zou je moeten vermijden. Bij sterkten en zwakten gaat het om jouw kwaliteiten, vaardigheden, eigenschappen, competenties, etc. Schrijf maximaal 5 punten op en probeer zo concreet mogelijk te zijn. Probeer ook een werkgerelateerde situatie per punt te bedenken waarin dit naar voren is gekomen. Dit helpt je later ook tijdens het interview.
  • Welke bedreigingen en kansen zie je? Hierbij gaat het meestal om situatiefactoren. Dus dingen die met de functie, het bedrijf of de bedrijfscultuur te maken hebben. Bij kansen kun je jezelf bijvoorbeeld afvragen welke van je sterke kanten wat voor soort mogelijkheden bieden. Of kijk naar je zwakten en kijk welke kansen je krijgt als je die zwakten kunt overwinnen. Datzelfde doe je met bedreigingen. Netals dat een zwakte ook kansen biedt, zo heeft een sterke kant nooit alleen maar positieve gevolgen.
  • Kijk nu of je met je sterke kanten die kansen ook kunt pakken en op welke manier je bedreigingen kunt tegengaan. Ben je bijvoorbeeld een chaotisch type? Dan zou je misschien een training kunnen doen om zaken sneller en beter te ordenen en te verwerken.

 

Waar je verder nog op moet letten

Een assessment is een onderdeel van een sollicitatieprocedure. Open deur misschien, maar het wordt maar al te vaak vergeten. Ook tijdens het assessment word jij als kandidaat onder de loep genomen. Zorg dus altijd dat je er verzorgd uitziet, uitgeslapen en op tijd bent en vooral blijf jezelf. Bluffen, je anders voordoen dan je bent en liegen zijn absoluut not done! Vergeet ook niet te letten op houding en lichaamstaal. Hoe zenuwachtig je ook bent, een glimlach doet vaak wonderen.

 

Uitslag en nabespreking

Als kandidaat krijg jij altijd als eerste de uitslag in de vorm van een rapport. Je mag dan zelf bepalen of de uitslag naar de werkgever mag worden doorgestuurd. Voordeel hiervan is dat je dan precies weet wat de werkgever ontvangt en je kunt gegevens die je hebt doorgegeven nog een keer op correctheid nalopen. Kies je ervoor om het rapport niet door te laten sturen naar de werkgever, realiseer je dan wel dat je kansen op die baan drastisch verminderen.

Wanneer het assessment is afgenomen door een assessmentcentrum, heb je recht op een nabespreking. Vraag dit altijd aan, want daar kun je veel van leren. Tijdens de nabespreking kun je nog vragen over de uitslag en hoe deze tot stand is gekomen. Maar ook bijvoorbeeld over je sterke en zwakke punten en op welke manier deze gevolgen hebben voor de functie (of voor je verdere carrière).

Niet eens met de uitslag? Het ergste wat je kunt doen is er volop tegenin gaan.  Dat laat geen goede indruk achter. Ook met excuses komen (ik voelde me niet lekker) is geen goed idee. Weet dat je een assessment altijd na een latere datum kunt verplaatsen als je ziek bent of je niet lekker voelt. Je mag dus afbellen. Als je het niet eens bent met de uitslag, probeer het dan pro-actief en positief aan te pakken. Maak een vragenlijst voor de nabespreking en probeer zoveel mogelijk te leren. Mogelijk dat je er zo achter komt waarom je je niet in de uitslag kunt vinden en hoe je dit in de toekomst kunt verbeteren.

 

Zelfvertrouwen voor het assessment

Ben je zenuwachtig voor je assessment, zie je er erg tegenop en breekt het angstzweet je al uit wanneer je er alleen al aan denkt? Neem dan contact met mij op.

 

Door: Nicole Mommertz, SunSum Communicatie & Advies

Shares
Share This